Back to FG's Homepage

Naar Château de la Motte en terug

(Château de la Motte in WGS notatie: N 46 52.765    E 0 30.443)
English (more extensive than this Dutch) version is online as well
Saskia en ik besluiten ineens naar Frankrijk te gaan, en als het last-minute geboekte huisje een bende blijkt, reizen we verder. Daardoor komen we op verrassende plekken terecht, in een kasteel bijvoorbeeld, in het gezelschap van een wereldkampioen ballonvliegen, een arts met een kasteelfascinatie en natuurlijk een spook.
Een reisdagboek met foto's.

Alle foto's: allpix.htm

Donderdag 11 juli
Van Arnhem naar Booischot getreind en van daar met Saskia meteen doorgereden richting Frankrijk. Geluk met het verkeer: behalve rond Parijs is het op de tolwegen goed doorjakkeren. Vanuit opstoppingen rond Parijs wisselen we SMS-berichten met Yvonne en Geert die 100 km verderop rijden maar we komen aan het einde van de drukkende middag niet echt meer bij elkaar in de buurt - Saskia haar batterijen raken op en Yvonne & Geert willen natuurlijk liefst zo ver mogelijk geraken.
We stoppen in Chartres. Het eerste hotel, dichtbij het bekende karakteristieke kerkje is vol maar de receptioniste regelt een kamer in een bevriend hotel iets buiten de dorpskern. Saskia rijdt op haar laatste krachten - nu is het eventjes onhandig dat ik zelf niet kan autorijden.

Vrijdag 12 juli:
de GPS helpt goed om de weg te vinden maar op het laatste stukje naar S. gaat het mis. Saskia voelt dat ze nog maar een paar minuten overeind kan blijven en als ik zeg dat onze logeerplek 2,8km haaks rechts van ons is, slaat ze het eerste het beste landweggetje rechts in. Na 50 meter wordt het een begroeid wagenspoor, even later gaat het steil naar beneden tussen rots en boomstronk door en dan stranden we op een tweesprong voor wandelaars, waar plantjes groeien die, te zien aan de botanische informatiebordjes die erbij staan, zeldzaam zijn, niet bedoeld om dwars overheen te crossen met onze "terreinwagen".
Het lukt Saskia om de auto te keren en we bonken tussen stronk en rots terug omhoog.
Dan (et puis zeggen ze hier) komen we aan. Een prachtig huisje met alle moderne comfort en een privé ommuurde tuin, aldus de website, dus dat kan niet missen.
Dus wel: een aardedonker half huis zonder verwarming, ingericht met vervallen huisraad, met daar pal naast onze nogal bijdehante Hollandse huisbazin die vindt dat ik snel auto moet leren rijden, en zegt niet veel met Belgen op te hebben. Op mijn "autorijden zou ik wel willen maar ik heb daar nu geen tijd voor" zegt ze streng "hoho, grote mensen moeten prioriteiten stellen". Ik heb haar niet lang gesproken, maar het lijkt me zo'n in wezen goed mens, dat haar gebrek aan lengte goedmaakt in de breedte en verder heeft geleerd zich te redden door het hoogste woord te nemen. Ze vertelt dat er weleens kritiek komt van gasten die vinden dat ze meer zou moeten doen aan de verbouwing, maar "die realiseren zich niet wat er hier in Frankrijk bij komt kijken. Alles duurt hier lang, een waterleiding trek je niet zo maar. Dat realiseer je je pas als je hier een paar jaar woont."
Zal wel wezen, maar ik krijg het huisje niet warm, ook al stook ik de helft van alle openhaardhout op en we liggen een halve nacht te rillen in het vieze oude bed als we tegen zessen besluiten in te pakken en verder te trekken. We laten 100 Euro achter met een briefje en vanuit de auto stuur ik een e-mail naar onze gastvrouw.

zaterdag 13 juli:
Vanmiddag wordt het mooi, maar nu regent het nog pijpenstelen. Om half zeven in de ochtend is er niet veel los, maar toch wel wat: in Melle staan de deuren en ramen van een café wijd open. Aan de bar staan een paar oude Fransen het begin van hun werkdag uit te stellen. Je kunt hier krasloten en sigaretten kopen en een tv toont lottotrekkingen die elke 3 minuten een winnaar geven. 'n Affiche aan de wand maakt bekend dat hier iemand 18.000 Euro heeft gewonnen. Hier en daar foto's en schilderijen van paardenrennen. Een van de mannen koopt wat loten, krast die zwierig met zijn sleutels open en daarna viert hij zijn verlies met een grand café. "Zeg, wat krijgen we nou," roept een van de andere gasten, "sinds wanneer serveer je geen croissants meer? Wat is dat hier ineens?" Hij maakt er een heel theater van, zijn vrienden liggen in een deuk en de patroon zet het demonstratief op een lopen, door de stromende regen, naar de bakker op de hoek. Hij had net het mandje croissants bij ons neergezet, bij onze grote koppen koffie en hete chocola.
In Saint-Martin, vlakbij, vinden we het plezierig hotel L'Argentière (www.largentiere.com).
De eigenaresse heeft ook nog een cateringbedrijf en die avond zijn er twee bruiloften in de buurt dus ze kan niet voor ons koken, maar we krijgen de sleutels van onze kamer en ze ziet ons dan morgen bij 't ontbijt wel verschijnen. De betaling komt wel, ze hoeft geen pas of kaart te zien, dat komt wel goed. De kamer is klein maar proper en licht, goed verwarmd, en we hebben een ligbad in de compacte maar luxe badkamer. Kennelijk kost het een paar kilometer verderop veel meer inspanning om iets aan te leggen...
We gaan de zilvermijnen in. Melle was voor Frankische koningen de plek waar het geld vandaan kwam. De naam van de plek ontwikkelde zich van Metallum, Medallo, Medaille naar Melle, als ik het goed heb begrepen. 35 van de 50 kilometer zilvermijn is hier kort geleden in kaart gebracht. Bij het ontsluiten van de eerste kilometers was een van de verrassingen een complete wijnkelder: het bleek dat een van de dorpelingen de mijngangen onder zijn huis gebruikte - het is daar het hele jaar rond 13 graden Celsius.
De mijngangen zijn rond de zevende eeuw met primitief gereedschap uitgebikt, in harde steenlagen. De mijnwerkers, over wie weinig bekend is, stookten een vuurtje tegen de rotswand, het vuur maakte barsten in het steen en de werkers hakten zodra het vuur was telkens 3 cm van het bros gebrande steen weg. Hier en daar kwamen ze de geodes tegen, holle stenen waarin kristallijn metaal schitterde, waaruit het lood en zilver kon worden gewonnen. In een oven werd het gruis bij 960 graden gesmolten, in een andere oven werd het lood (99%) en zilver (1%) gescheiden. Pas 3 jaar geleden hebben archeologen uitgevogeld hoe die primitieve mens het in hemelsnaam voor elkaar kreeg om 93% zuiver zilver te maken terwijl wij zelf met de volmaakte techniek van vandaag niet verder komen dan 80%. In een wei vonden de onderzoekers potscherven van klei en beendermeel en het bleek dat zulke potten lood absorberen als je het gesmolten mengsel erin giet.
Onze gids in de mijnen is een vrolijke man die vertelt alsof hij zelf ook pas gisteren over de geschiedenis heeft gehoord en hij heeft een vrolijke groep Fransen mee. De voorzitter van het clubje, een of andere Societé, draagt een gewichtige badge met zijn naam erop, maar groot ontzag geniet hij niet bij zijn leden. Een van hen alarmeert de gids "pas op, onze kale voorzitter heeft met zijn kop een geode uit de muur gebikt en stiekem in zijn binnenzak gemoffeld!" - hilariteit. "Wat moet die kale hier ook, laat hij een toupetje nemen, wat vindt u?" Een oud dametje, madame André, die veel van de geschiedenis kent en de gids soms aanvult, heeft moeite om door smalle holtes te klimmen en hij neemt haar onder zijn hoede, wat ook weer vrolijkheid brengt: "oei, we moeten die twee in de gaten houden, er zijn hier zoveel donkere hoekjes, je weet nooit wat ze uithalen!"
Die aparte humor, een simpel soort vrolijkheid, komen we hier vaker tegen. Op een terrasje, een groepje jongelui tegen de eigenaar van het café, als ze nog maar net zijn neergestreken: "hé dikzak, wordt er hier nog bediend? Dorst hebben we. Dorst!" Quasi driftig komt de baas naar buiten en hij grijpt zijn vriend naar de keel. Het bestellen is ook alweer een hele bende - "jus d'banane!" eisen ze in koor (want dat heeft-ie niet, ha! fluistert de jongen naar ons).
Daarnaast zit een gezin in de felle zon. Vader is vroeg in de ochtend al dronken en hij zit soms te slapen, soms gelukzalig naar de zon de grijnzen. Zijn jonge zoon amuseert zich ook prima, zijn oudere zoon is slechts op bezoek met zijn vriendin die, misschien boos of hooikoortsig, met betraande ogen zwijgend en roerloos voor zich uit tuurt.
We rijden door naar Bougon, een uitgestrekt park hoog boven de rest van de omgeving, waar 7000 jaar geleden grafheuvels zijn gebouwd die er nu nog staan. Hunebedden van tientallen meters lang en soms twee verdiepingen hoog. Perfect geconserveerd, je kunt erin kruipen, er omheen lopen, alles is degelijk (muren die er al tientallen eeuwen staan) en tegelijk kwetsbaar (de kleinere stenen kun je eruit trekken, er liggen stenen met fossielen, maar men vertrouwt erop dat je het intact laat). Er is ook een plek bij, op de top van de heuvel, waar zoals in Stonehenge een kalender van keien is opgericht. De stammen die beneden in het dal woonden, kwamen hier, waar geen water was, om hun monumenten op te richten, overledenen te begraven en om hun territorium af te bakenen. Hier liggen onze doden, hier bouwen wij onze kalender, deze regio is van ons. Met de kalenderstenen (een kleine steen werd elke dag verplaatst) zijn dagen, maanden en zonnewenden te voorspellen, tot en met drie cycli van verduisteringen van zon en maan. Na elk jaar waren er telkens een paar dagen "over" maar verder liep het perfect. Hoewel het een prima zaaikalender is, ligt het te ver van het vruchtbare land in het dal om praktisch bruikbaar te zijn geweest. Ook daarom wordt vermoed dat de stenen een extra (monumentale, ceremoniële) functie hadden. Hier en daar zitten gidsen klaar om demonstraties te geven. Er is maar weinig publiek en de meeste tijd zitten de gidsen in de zon te dromen. We bezoeken een meisje dat ons laat zien hoe de ouden graan pletten en koeken bakten.
We eten in een hotel aan het marktplein van Celles-sur-Belle, een Romaans dorpje tegen een heuvel gebouwd boven een oude kerk en een abdij. Op een ontspannen manier is het hotel super chic en het eten meer dan voortreffelijk. Veel personeel, keurig in het pak, fantastisch eten (voorgerecht: meloen en 9 maanden oude ham, met daarop een toef sorbet van witte wijn). Alle tafels bezet, vooral met Fransen. Om half elf pas staan we buiten als er een fanfare langskomt met dorpsbewoners en een lampionoptocht. We lopen daar achteraan naar de tuin in het dal beneden de grote abdij. Even later begint daar een 20 minuten durend vuurwerk op muziek. Beeldschoon.
Foto:

Zondag 14 juli (katorzwiejet)
's Ochtends rijden we bij Niort als we langs de snelweg een Cessna zien opstijgen. Meteen de afslag genomen om te kijken. Blijkt een enorm speelvliegveld te zijn voor motorvliegers, radiografisch bestuurde modelvliegtuigen... en zweefvliegers. In een behoorlijk grote gloednieuwe hangaar staan een stuk of acht mooie Franse zweefvliegtuigen. Daartussendoor een handvol piloten van een jaar of vijftig. Vriendelijk, maar geen echte lolbroeken. De DDI schudt ons de hand en hij vertelt dat ik als zweefvlieger die middag wel een startje kan maken maar dat komt eruit op een manier waarmee hij duidelijk maakt dat hij daar zelf eigenlijk totaal geen zin in zou hebben. Het belooft een mooie thermische dag te worden en voor de inkomsten hoeven ze het niet te doen, dus vullen ze ieder hun vluchtplan in, fotograferen ze die en ze maakten zich klaar voor vertrek. Intussen wordt ook het sleepvliegtuig gereed gemaakt. We nemen een cola uit de automaat die aan de startbaan staat onder de verkeerstoren en rijden verder.
's Middags bekijken we een magistrale ruïne in Maillezais. Een vervallen kathedraal bij een abdij. Je kunt er langs de opgravingswerken lopen en op verschillende plekken voeren kloosterlingen en acteurs historische taferelen op. Monniken in zwarte jurken die op een heuvel met veel pathos iets tegen elkaar roepen, ergens anders twee actrices in middeleeuwse jurken te paard die elkaar tegenkomen en in gesprek raken... Er zijn nauwelijks bezoekers waardoor de opvoeringen soms minder publiek hebben dan acteurs, in die gigantische ruimte op een heuvel, onder blauwe hemel met wolken op 2000 meter. Zo klinkt er uit de resten van de kathedraal terwijl we daar staan ineens gregoriaanse koorzang... erg indrukwekkend.
Daarna rijden we verder naar de westkust, en in havenstad La Rochelle vinden we midden in het oude stadsdeel een paleisachtig maar weer heel betaalbaar hotel. Marmer, antiek, design, grote luxe, volmaakt airconditioned natuurlijk (geruisloos digitaal instelbaar) en luiken voor de ramen zodat eventueel stadsgeluid wordt buitengesloten. Vanaf ons bed zien we het 14-juli vuurwerk boven de stad, prachtige effecten met een klapstuk tot slot waarbij je mond openvalt. Wanneer het programma voorbij lijkt en er flarden applaus over de daken aanwaai, schiet er een pijl hoog, hoog en die spat uiteen in een saturnusring van schitters, nog een ring ernaast, dan een balk van vuur daardoorheen gevolgd door een pandemonium van gigantische vuurballen. Magnifique!
Foto:

Maandag 15 juli:
We ontbijten in een café aan het plein en we maken een rit te paard in de carrousel die jaar in jaar uit 's zomers op het stadsplein staat. Zachte muziek, mooie schilderingen, 'n jongetje als enige andere passagier. Bij de haven met uitzicht op de Atlantische oceaan vanaf een toren uit de twaalfde eeuw is het behoorlijk veel drukker en hier zien we voor het eerst iets massaler toerisme: marktkraampjes met Afrikaanse kitsch, hashpijpen, Indiase kleren.
In de haven ligt een oud Russisch scheepje tegen de kade. De kapitein heeft het eigenhandig van de bodem van het Baikalmeer opgediept en gerestaureerd. Saskia spreekt wat Russisch met de vrouw van de kapitein maar die is nogal verlegen, dus we kopen alleen wat snuisterijen om hun tocht verder te helpen. Op wat lappen liggen oude militaire en politieke Sovjetinsignes, ook insignes van steden en republieken.
Een stukje verder is de sound check van een popconcert dat op het punt staat te beginnen.
Onderweg naar onze slaapplaats (een château, maar van alles en nog wat kan zich kasteel noemen dus we zien wel) bekijken we een Gallo-Romeinse ruïne. Een plaats waar in de eerste eeuwen van onze jaartelling duizenden konden samenkomen in het theater, de tempels (in Keltische kruisvorm gebouwd), marktplaats en de baden. Van het badgebouw, dat eerst 'n tempel was, is vrij veel over en de opgravingen zijn nog bezig, zodat je kunt zien tot hoever de archeologen zijn gekomen voordat ze deze zomer op vakantie gingen. Stukken gebeeldhouwde zuil liggen zo voor het oprapen, op een vuistgrote brok steen van een hoop puin staat een deel van een waaiervorm uitgebeiteld. Ongelooflijk. Daartussen schieten voortdurend hagedissen tevoorschijn en weer weg, met hun lange nekken en kwieke slangenkopjes. Ook hier is bijna niemand behalve wij. Ik begin te begrijpen waarom we in Nederland niet zo heel veel Franse toeristen zien. Eer die alles aan oudheden in eigen land hebben bezocht... die komen niet snel toe aan de Drentse hunebedden.
Het kasteeltje La Motte in Usseau blijkt trouwens een echt 15de eeuws kasteel! Zie ook www.chateau-de-la-motte.net
De duiventil dateert zelfs uit de twaalfde eeuw (dat torentje komt op oude tekeningen overigens ook voor als toren naast de toegangspoort die daar ooit moet zijn geweest). We krijgen een reuzekamer in de nok. Prachtig uitzicht door de kleine ramen rondom, een ruime badkamer met jacuzzi badkuip en daarachter in een torenhoekje het toilet. De kamer is zo groot en hoog dat er een trapje is om vanaf een nokbalkon uit te kijken op het hemelbed of de badkamer. Vanaf de kamer gaat een wenteltrap naar de salon met zithoek en bibliotheek voor de gasten, daarnaast is de statige eetkamer waar om 20 uur (na een aperitiefje met kasteelvrouwe Marie-Andrée) het diner wordt opgediend. Op een of andere manier is het in dit deel van Frankrijk makkelijker om een huis op te knappen, want waar we het in S. moesten doen met huisraad van de rommelmarkt in een koude bouwval, heeft de vrouw des huizes in dit toch betrekkelijk grote kasteel veel interieur zelf aangelegd, muren gebouwd, gestukadoord, tegels gelegd, bedden getimmerd, sokkels voor schemerlampen gebeeldhouwd, sanitair aangelegd... haar man, die in Parijs werkt, komt alleen de weekeinden over. De badkamer van onze kamer, die net af is, kan zich meten met die van het Amstelhotel of het Londense Dorchester waar het een stuk minder betaalbaar is.
Je moet wel erg van kamperen houden, wil je niet in zo'n kasteel logeren. Voor het diner maken we nog pret in het kleine maar mooie en extreem propere zwembad buiten.
Tijdens het eten (overheerlijk, wijn erbij, taart en kaas na) praten we wat met de enige andere gasten: een vriendelijk jong stel uit Bretagne en ballonvaarder Bill Arras uit Bend, Oregon in de USA. Bill is de zachtmoedige wereldkampioen die eind augustus hier zijn titel verdedigt. Als enige van de deelnemers neemt hij de tijd om zich goed voor te bereiden. Anderhalve maand voor de start is hij aangekomen, ballon en alles vooruitgestuurd met UPS, om na de wedstrijden van vorig jaar nog eens in detail de hele omgeving te bestuderen, plekken met val- en stijgwinden te verkennen, de wolken bij verschillend weertype te observeren. Komende week komt zijn team van8 man over en vanaf dan is het hele kasteel door hem afgehuurd, tot begin september na de wedstrijden. Eigenlijk is hij hier zo vaak en zo graag, en het is hier in verhouding tot goede hotels in de steden zo goedkoop dat hij er over denkt gewoon niet meer weg te gaan. Bill is een geoefend levensgenieter, al mist hij, doordat hij aan werken eigenlijk nooit is toegekomen, weleens het gevoel op vakantie te zijn. Op zijn charmante wijze is hij een beetje ingeburgerd in het kasteel en elke keer laat hij meer spullen achter, ballonvaardersuitrusting, kisten wijn, van alles, maar zoals hij het brengt is er moeilijk iets tegenin te brengen. Vermoedelijk is hij welgesteld, maar hij is op zijn eigen galante manier zuinig - betalen doet hij pas als het echt niet anders kan. Liever laat hij een crediteur meevliegen (een avondvlucht kost 240 Euro). Gisteren kocht hij voor zijn hangglider een nieuw type hulpmotor en vandaag gaat hij die uittesten. Als het hem bevalt dan vliegt hij vanaf de startplaats hiernaartoe om een rondje om het kasteel te maken.
We wisselen zweefvliegervaringen uit en ik laat hem m'n Etrex Vista zien. Hij is erg te spreken over de Etrex apparaten en op sommige punten mist hij het intuïtieve gebruiksgemak ervan, ook al heeft hij van sponsor Magellan een set van de nieuwste apparaten te leen. Dat zijn draadloze pads, lichtgewicht schermen ter grootte van een A5 die hun gegevens krijgen van zwaardere basisapparaten die aan de accu zitten. Hij heeft er zo een in de mand, het volgteam en de ophaalploeg in hun auto's ook, zodat navigatie en communicatie erg gemakkelijk verlopen. Hij vindt de GPS techniek leuk en makkelijk, maar hij vindt het tegelijk jammer dat sommige ballonvaarders meer met hun neus op de GPS hangen dan over de rand van hun mandje. Met de organisator van het WK overlegt hij dan ook over een type opdrachten in toekomstige wedstrijden waarbij de GPS geen speciaal voordeel meer biedt.
Op onze slaapkamer sluiten we de donkerblauwe doeken rond het hemelbed en we slapen als rozen tot negen uur de volgende ochtend.
Foto:

Link:

Dinsdag 16 juli
We doen het rustig aan. Na het ontbijt wandelen we door het dorpje aan de voet van het kasteel en we bekijken een oud huis aan het plein dat te koop staat (er moet veel aan gedaan worden maar dat is geen probleem als Saskia naar plaatselijk gebruik al het werk uitvoert). We drinken wat op het terrasje van het café aan de overkant waar een paar oude mannen aan de wijn zitten voordat hun lunch wordt opgediend (sla met zalm, brood en geitenkaas). Het belooft hier een hard leven te worden, maar het is te doen. Zeker 's zomers.
's Avonds dineren we met Pierre, een arts uit Gent die met zijn vrouw altijd langs kastelen reist. Hij bereidt zich uitmuntend voor en hij heeft direct herkend dat de huidige ingang van het kasteel pas in de negentiende eeuw is aangelegd. Eind achttiende eeuw zijn er paters in het kasteel getrokken en zij hebben allerlei verbouwingen gedaan. Zo hebben ze een "valse galerij" in gotische stijl tegen de kasteelmuur gebouwd. Pierre is op zoek naar oude een muur in het kasteel die er volgens hem moet zijn geweest aan de wenteltrap, omdat het anders geen zin kan hebben gehad om telkens twee deuren vlak bijeen te hebben. Volgens hem moet de oorspronkelijke ingang aan het hoge terras zijn geweest, maar waar, dat is een probleem en het grote hoogteverschil tussen toegangstoren en terras ook. In elk geval moet de muur rondom het hoge terras veel en veel hoger zijn geweest, om de grote vensters (die vroeger wel kleiner zijn geweest) te beschermen tegen aanvallers.
Marie-Andrée vertelt over de jarenlange avonturen van haar en haar man Jean-Marie Bardin bij het zoeken van een geschikt kasteel om in te wonen, om op te knappen en te verhuren. Er zijn veel kastelen te koop (niet zo duur, de vraagprijs van dit kasteel was een half miljoen Euro) maar bijna alle betaalbare kastelen zijn te gammel om er op betaalbare wijze wat van te maken en andere zijn bouwkundig dermate verpest dat de lol er van binnen vanaf is. Zo is er van een kasteel alleen de buitenkant over, daarbinnen is het allemaal nieuw beton, met bankkluizen in plaats van de gewelvenkelders, omdat er een bank kantoor heeft gehouden. De kasteeleigenaars zijn hier over het algemeen vriendelijk onder elkaar - toen Marie-Andrée en Jean-Marie zich bij de dichtstbijzijnde kasteelburen kwamen voorstellen, organiseerden die direct een feestelijk diner voor veel kasteelbewoners uit de omgeving.
Niet alle kastelen lukt het rendabel te zijn. Een graaf in de buurt is gestopt met het verzorgen van diners omdat hij dat op zijn manier deed, met ingehuurde koks, kostbare whisky en de fameuze wijnen, zonder dat hij daar een zakelijke prijs voor durfde vragen zodat hij op elke gast geld moest toeleggen. Nu krijgen kasteelheren wel maximale korting op hun belastingen als ze hun kasteel open houden voor het publiek, maar deze bedrijfsvoering was toch niet vol te houden.
Sommige kasteelheren zijn wel snobs. Pierre en zijn vrouw logeerden bij een markies die neerkijkt op een andere markies. Deze is wel kasteelheer maar hij werkt doordeweeks als hoofdredacteur in Parijs. Werken, dat doet men niet als adel zijnde. "Ce n'est pas un châtelain! C'est un marchant de journaux" -- "da's een krantenverkoper, geen kasteelheer !"
Foto:

Woensdag 17 juli:
We bekijken de kamer waar Pierre en zijn vrouw logeren. Hier zijn er veel 15de eeuwse elementen, zoals de schouw en de doorgang door de massieve muren naar de plek waar de soldaten vermoedelijk hun latrine hadden. Daarboven is een kleine rondgang als uitkijkpost.
Bill komt even langs. Te voet helaas, want hoewel de eerste gemotoriseerde deltavlucht prima verliep, gaat hij pas morgen opnieuw de lucht in.
In de hoge tuin bespreken Marie-Andrée en Pierre de oude tekeningen. De enthousiaste bezetenheid van Pierre en zijn gerichte vragen zorgen ervoor dat Marie-Andrée nog uitvoeriger dan anders haar verhalen vertelt.
Het meeste kan ik redelijk volgen, maar ik moet toch echt dringend beter Frans leren spreken. Bonjour. Est-ce qu'on ne vous dérange pas? Quel beau château! Bonne Journée! Bon Séjour, est-ce qu'on vous dérange? C'est très joli ici et vous êtes très gentile. On peut avoir l'addition s'il vous plait, si ça ne vous dérange pas. Nous espérons revenir souvant, mais on ne veut pas vous déranger!
Het is allemaal zo simpel, en het Frans is een zeer wellevende omgangstaal.

Donderdag 18 juli:
Marie-Andrée en Pierre hebben de wimpel gehesen, een groenwit geruite lange pyjamabroek boven de uitkijkplaats. Het huisspook Baudar legt er weleens een knoop in.
Bill Arras legt aan het ontbijt uit welk type opdrachten hij in gedachten heeft om in de toekomst meer punten toe te laten kennen aan ballonstuurmanschap dan aan geavanceerd GPS gebruik. In die nieuwe opzet zou niet alleen de plaats waar een marker neerkomt (dichtbij of veraf van het opgegeven doel) tellen maar vooral de hoogte van waar deze marker wordt gegooid. De piloot die zijn ballon tot op 30 meter boven het doel weet te brengen krijgt dan veel meer punten dan de piloot die op zijn GPS varend, rekening houdend met de windsnelheid, zijn marker juist mikt vanaf 700 meter hoogte.
Saskia belt naar boerderij La Maugerie (http://www.la-maugerie.com) in Thoury, een stukje verderop in het noorden, waar plaats is voor de komende nacht.
Onderweg daarheen bekijken we kasteel Chambord (ook op internet te bekijken). Op afstand een fantastisch en vooral imposant kasteel-der-kastelen, van dichtbij een onhandig, slordig decorstuk. Er is zo lang aan gebouwd door een opeenvolging van vorsten, dat de restauratie van oude onderdelen al was begonnen terwijl de helft nog moest worden gebouwd. Een hopeloos geval maar het zet je, zeker van enige afstand, wel aan het dromen.
La Maugerie, een klein stukje verderop, is een voorbeeldig gerenoveerd gebouwtje, comfortabel, proper en licht. Ook hier een verrukkelijk diner voor ons en de andere 4 gasten. Hoe is het toch mogelijk dat je in Nederland voor 500 Euro een weekje een oud huisje met door de eigenaar afgedankte en uitgewoonde huisraad kunt huren, in Spartaanse stijl, terwijl je voor dat geld hier een comfortabele kamer hebt met luxe sanitair, inclusief ontbijt en bijzonder viergangendiner met een goede wijn? Tenzij je hier een Hollandse gastvrouw vindt natuurlijk, die op hardvochtige manier tegemoet komt aan je Calvinistische hang naar ongemak. In dat geval kun je ook hier guur en duur zitten.
Foto:

Vrijdag 19 juli:
We rijden eerst nog eens langs Chambord, om dat kasteel nog een keer te zien en we bekijken wat als "spectaculaire paardenshow" is aangekondigd. "Dat zal wel een tourist trap zijn," dachten we "maar in elk geval zitten we even rustig in de zon." Blijkt een gekostumeerde demonstratie van hogeschool paardrijden te zijn, door redelijk goede acteurs die uitmuntend kunnen rijden, op schitterende paarden.
Daarna zijn we tot Senlis gereden, net door de files rond Parijs heen. 'n Erg mooi Romaans stadje, bijna alles is er stokoud. Veel restaurantjes. We eten bij een Italiaan op het terras, da's verrukkelijk en we slapen redelijk goed in een hotel dat van buiten Romaans en chic is maar van binnen een geïmproviseerde knoeiboel. Ons kamertje van onder tot over het plafond volgeplakt met bloemetjesbehang dat achter de tv donker en vet werd, verwarming die uit stond (maar wel een joekel van een power-haardroger die de kamer met veel geloei vlot heet kreeg). De prijs was die van buiten. Aan het ontbijt bleek de gastvrouw voor 6 euro op barse toon per persoon twee stukjes stokbrood te hebben met naar keuze slootkoffie of slappe chocolademelk. Hostellerie de la Porte Bellon: mijden die hap. Waardeloos. It stinks. Pas de valeur. Schweinerei. Eto nitsjevo.

Zaterdag 20 juli:
Bijna thuis, hebben we nog een laatste tractatie genomen: een ijsje op het drietafeltjesterras van Werchter. Het is wel even wennen aan de aanpak ten noorden van Parijs: de gastvrouw laat lang op zich wachten (op de menukaart staat immers met koeieletters geschreven "wij bereiden uw maaltijden met verse ingrediënten. Wilt u daarmee rekening houden en niet klagen als u eventjes moet wachten?") en als we vragen welke smaken ijs ze heeft dan slaakt ze een demonstratieve zucht: "daar ga ik niet aan beginnen, dat moet u binnen maar zien."
Het eten van afhaalchinees New Asia in Booischot (015-224548) is wel weer verrukkelijk en de wijn uit de doos van Delhaize ook. Het begint te stortregenen en de telefoon is na een bliksemflits uitgevallen, maar internet doet het nog en dat is het voornaamste.


This page is linked to the home page of Frans Goddijn.
(<frans@goddijn.com>)
Updated July 21, 2002