Home

Leverworst

door Mies Prinsen

Kort geleden werd ik gebeld door mijn neef Leendert, de zoon van tante W., een zus van mijn moeder.

Leendert is getrouwd met Loes, een meisje uit Texel. Leendert woonde in de jaren '50 met zijn moeder in Den Haag als enig kind, zijn vader was, veel ouder dan zijn moeder, al jaren dood. Toen Leendert tijdens de vakantie op Texel Loes had ontmoet zat hij binnen de kortste keren niet meer alleen met zijn moeder in het bovenhuis aan de Mient in Den Haag, maar was Loes erbij gekomen. Loes had het wel gezien op dat eiland en was kort na zijn vertrek van huis weg gelopen richting Den Haag.

Voor haar de kans om weg van de boerderij een leven in de grote stad op te bouwen.

Tante W., die altijd al een dochter had willen hebben, haalde haar maar al te graag in huis en Leendert was "onder de pannen". Amper 20 jaar oud zaten hij en Loes al dagelijks met elkaar opgescheept in huis bij tante W.

Toen wij weer in Den Haag waren neergestreken, aan de Vrederustlaan, waren Leendert en Loes ook getrouwd maar nog steeds inwonend bij tante W.

Op een dag zou Loes in de ochtend op de koffie komen. Leendert werkte bij de P.T.T. en kinderen hadden ze niet. De eerste keer zei ze, toen ik de tafel klaar maakte voor de lunch, "vind je het goed dat ik nog even blijf, dan zie ik de kinderen". Daarna bleef ze weer even voor de thee en toen ik inkopen ging doen voor de avond maaltijd liep ze even mee. Bij de inkopen die ik deed zei ze "o, dat lijkt me best lekker". Moet je ’t ook nemen zei ik.

"Dat red ik niet meer", zei Loes, "mag ik bij jou even naar Leendert bellen, ik ga hem vragen of hij me bij jou ophaalt dat scheelt weer busgeld." Leendert was, zo had ze me die ochtend verteld, in het bezit van twee brommers, één voor door de week en één voor de Zondag. Hoe verzin je het.

De bui heb ik toen al aan zien komen. Ik rekende op twee mensen meer aan tafel die avond. En zo geschiedde. In de late avond ging het stel op de brommer naar huis. Het restje van de maaltijd werd in een jampot nog meegenomen.

Loes en Leendert hadden het dermate gezellig gevonden dat ze al snel terug kwam, ook weer op Dinsdag. Alles heeft zo zijn tijd bij ambtenaars. Maandag wasdag, woensdag gehaktdag. Daartussen zat ik.

Het was Frans die mij vroeg eens op te letten: als hij een sigaret op stak bood hij er uiteraard Leendert ook een aan, geen probleem, maar het was hem opgevallen dat Leendert telkens naar het toilet ging en dan met een sigaret rokend terug kwam. En jawel, het was duidelijk dat zuinige Leendert niet van plan was om ook maar één van zijn sigaretjes af te staan. Hadden wij hier eerst plezier om, het werd snel ergernis.

Het einde van deze, bijna wekelijkse visite, kwam in zicht.

De eerste keer dat Loes weer kwam ging ik weer boodschappen doen en zij ging mee. Bij de slager was leverworst in de reclame, 27 cent per ons. Ik hoor haar nog zeggen, "lekker voor Leendert morgen op brood."

De leverworst werd zolang in onze koelkast gelegd. De avond verliep als voorheen. Laat ging het stel weer huiswaarts. Toen ze weg waren, zag Frans bij het opruimen dat het beleg voor Leendert zijn boterham nog in de koelkast lag.

"Zou Leendert dit overleven", vroeg Frans zich hardop af.

Maar wat de week erop gebeurde: het ritueel van het bezoek was weer helemaal afgedraaid. In de ochtend komen, de hele dag blijven, om goed 5 uur Leendert erbij, samen de maaltijd gebruiken, koffie en een neutje. De toilet werd wel minder bezocht door Leendert omdat Frans gewoon gezegd had, terwijl Leendert opstond om er weer naar toe te gaan, "Leendert als je een sigaret wilt opsteken mag je dat hier ook doen hoor". Maar dergelijke figuren hebben echt een dikke plank voor de kop en zeggen gewoon, "dat is goed".

We lieten die bewuste avond het stel uit en bij het afscheid zij Loes, "O, dat is waar ook, ik moet de leverworst nog met jullie afrekenen, die heb ik vorige week vergeten."

Frans dacht dat het echt een grap was en gaf een kwartje, "nee" zei Loes "het was 27 cent" en ze wachtte tot Frans er twee centen bij deed. Ze maakte helemaal geen gein, alles was bloedserieus.

We deden de deur toen letterlijk en figuurlijk voor deze mensen dicht.

Nu, meer dan 50 jaar geleden zijn ze niet veranderd.

Toen Leendert me kortgeleden belde, moest ik eerst raden met wie ik wel sprak, daar houd ik al niet van. Ik wilde de telefoon al neer leggen toen hij zei: "Mies met je neef, Leendert!" Hij verwachtte kennelijk dat ik een gat in de lucht zou springen.

Hij vertelde dat zijn moeder ook enkele jaren geleden was overleden.

"Dat was ook een situatie, mijn moeder had haar heup gebroken en mocht niet meer zelfstandig wonen. Hebben Loes en ik moeite gedaan en een plaats in een verzorgingshuis te vinden, die kamer helemaal opgeknapt met nieuwe vloerbedekking en spulletjes van haar, is ze vlak voordat ze er naar toe zou gaan overleden. Al dat geld voor niets uitgegeven, erg hè."

Ik zei, "nou dan heeft de volgende bewoner er toch iets aan", maar dat kon hij niet volgen. "Kan jij nog steeds zo lekker koken?" was zijn vraag, waarop ik zei dat koken een van mijn vele hobby’s is. Toen kwam zijn vraag of ik het leuk zou vinden als ze me eens kwamen bezoeken. Nou nee zei ik, we zijn inmiddels vreemden voor elkaar.

Met de wens dat het ze goed moge gaan heb ik het gesprek beëindigd.

Mies Prinsen, Mei 2001


Updated May 27, 2001