Home

Kauwgom, een herinnering uit 1935

door Mies Prinsen

Mijn zus Jo en broer Guus zaten al op de lagere school, Jo was de oudste en Guus twee jaar jonger dan Jo, ik was weer twee jaar jonger dan Guus. Die twee zorgden dat ik werd meegenomen en afgeleverd bij de kleuterschool als zij naar school gingen.

Ik heb zowel de kleuterschool als de lagere school ervaren als een soort gevangenis. Je moest er stil zijn en zitten, zeker op de lagere school, en dat spelletjes doen in een kring in de kleuterschool --- ik vond het naar.

Je kon vroeger niet naar buiten kijken omdat de ramen daar te hoog voor waren.

Nu vraag ik me af of het door mijn lengte kwam, maar hoe dan ook, ik vond het benauwend.

Er waren thuis nog twee kinderen. Gerrit die ruim anderhalf jaar na mij geboren werd en Dinie die weer bijna twee jaar na Gerrit werd geboren. Later, ook weer na 2 jaar kwam zus Cobie er nog bij. We waren echt een Katholiek gezin, aan het kindertal te zien.

Ik vraag me vaak af hoe moeder het allemaal gedaan heeft, het moeten toch topprestaties zijn die zij heeft geleverd, zorgen van de vroege morgen tot de late avond, dat is zeker, in een tijd waar het niet de gewoonte was dat de man hielp in de huishouding en zeker mijn vader was daar niet voorin.

Ik weet nog dat moeder eens vertelde dat, toen ze pas getrouwd waren, vader enkele dagen alleen was omdat zij naar familie ging. Toen moeder terug kwam vond ze het aanrecht vol met vuile vaat, steeds opnieuw had vader schoon servies gepakt uit de kast die aardig leeg was toen moeder thuis kwam.

Dat kunnen de heren tegenwoordig beter niet doen, de dames verlaten nu ogenblikkelijk het pand.

Het was op een dag dat we na de middagmaaltijd klaar stonden met zijn drieën om weer naar school te gaan, toen we alle drie zomaar een cent van vader kregen. Dat hadden we nog nooit beleefd, geld kregen we niet in die tijd en voor een cent kon je toen nog wel lekkernij kopen. Jo en Guus waren heel blij maar ik kreeg een heel beklemmend gevoel. Ik dacht: mijn vader is gek geworden.

Door het opgetogen gedrag van mijn zus en broer heb ik niet mijn ongerustheid laten merken en ik ben meegegaan naar het winkeltje vlakbij de kleuterschool. Ik kocht voor die cent een pakje roze kauwgom. Zon pakje was 2 cm. in het vierkant en ongeveer 1 cm dik. Ik had dat wel vaker gezien maar nog nooit in mijn handen gehad. We snoepten in die tijd ook niet buiten de Zon- en feestdagen.

Nu had ik gehoord dat je kauwgom niet mocht doorslikken. Nog steeds met angstige gedachten aan mijn vader die volgens mij helemaal in de war was, stopte ik deze kauwgom met in mijn mond en ik vond het wel lekker. Voorzichtig kauwend keek ik wel uit dat ik het niet door zou slikken want dat zou een ramp zijn, het zou de dood tot gevolg hebben.

De schoolbel rinkelde en we stonden netjes in de rij. Om niet op te vallen stopte ik de kauwgom een beetje richting wang en hield me stil.

De juf vertelde dat we in een kring moesten staan en legde uit wat de bedoeling was. Ja hoor, "zakdoekje leggen niemand zeggen" --- daar moesten we bij zingen, doe dat maar eens met kauwgom in de mond.

Van schrik heb ik die kauwgom ingeslikt en nu was de ramp compleet.

Mijn eerste gedachte was, nu ga ik dood en van pure angst ging ik me beroerd voelen. Met in elkaar gekrompen lijf ging ik op het bankje zitten. De juf kwam naar me toe en ze vroeg wat er was. Ik durfde niet de waarheid te vertellen en zei dat ik buikpijn had, ze liet me even zitten maar besloot wat later toch dat ik maar naar huis gebracht moest worden.

Thuis was ook moeder erg bezorgd en stopte me in bed. De aandacht die ik die middag kreeg was mooi meegenomen, maar nog steeds was ik ervan overtuigd dat ik dood ging al hield ik dat hield dat voor mezelf.

Aan het einde van de middag begon ik te twijfelen of de ingeslikte kauwgom wel zo'n drama zou veroorzaken en ik ben uit bed gegaan. Beneden was het toch aangenamer en dan kon ik vader zien als hij thuis kwam.

Vader kwam thuis en ik moet hem aandachtig bekeken hebben, want met een opgelucht gevoel ben ik die avond gaan slapen.

Vader was niet gek geworden en ik ging kennelijk niet dood.

Mies Pinsen.

Updated May 6, 2000