Back to FG's Homepage

U bevindt zich hier

"Some days you get the bear.
Some days the bear gets you."
Lawrence Block

Date : Jan 23 '99, 16:39
Gisteren was het heel eenzaam maar ook heel leuk.

Ik zou naar Lelystad om een verhaal te maken over een manege. Als ik thuis aan het werk ben, heb ik de neiging veel te laat te vertrekken, ik kijk dan af en toe op mijn horloge, zie de tijd verstrijken en verbaas me in lichte paniek over de schijnbare kalmte waarmee ik aan het werk blijf, maar op een of andere manier komt dat weg-moeten me meer voor als een fantasie, een gerucht, wat je het ook moet noemen, terwijl het werk voor me heel re-eel en acuut is, totdat het eigenlijk al te laat is en dan vlieg ik ineens weg, moet mijn haren nog wassen, loop in spijkerbroek ipv paardrijbroek de deur uit, weer terug, en ik ben buiten adem op de te late trein enzovoorts. Nu wilde ik dat per se voorkomen. Daardoor was ik ruim twee uur te vroeg op station Lelystad.

Op het perron liep ik samen met een vrouw die tegelijk met mij was uitgestapt. Bij de trap stond een man van een jaar of vijftig met een jongetje van een jaar of tien, misschien vader en zoon. De vader hield zijn zoon met en hand vast, met de andere hand hield hij een pocketboek voor zijn buik, alsof hij het te koop aanbood. Toen we bij hen waren, stopte de vrouw. Ze schudden geen handen. De vrouw zei: "zullen we gaan/" en gedrieën stapten ze voor mij op de roltrap. "We gaan pannenkoeken eten!" zei de jongen. "Nou... dat zien we nog wel." antwoorde zijn vader, die het boekje in zijn jaszak had gestopt.

Een stadscentrum als plek om de extra tijd te doden in een café leek er niet te zijn. Aan beide kanten van het station waren buslijnen en wegen, maar zo te zien geen bestemmingen. Wel borden met plattegronden en een driehoek met "U bevindt zich hier". Ik vind zulke borden duizelingwekkend moeilijk. Ik wil een kaart waarop staat "wat u zoekt us daar", niet "u bevindt zich hier". Ik weet wel waar ik ben, ik ben altijd "hier", maar ik wil weten waarheen.

Ik besloot naar de manege te lopen, ook al zei iemand dat het "heel ver" was. Bleek drie kwartier, alleen was er geen voorziening voor looplustige mensen. In snel dichter wordende mist probeerde ik in een rechte lijn door wijken te lopen die nadrukkelijk zijn gebouwd als self supporting cellen met bochten van 35 graden erin die je van spoor en richtingsgevoel afbrengen. De kale moderne wijk wil je graag bij zich houden en er zijn geen wegen dwars erdoorheen, alleen maar straten die naar het hart van de wijk liggen en het hart ligt in honingraatvorm overal doorheen. Als ik daar doorheen kwam, was er wel een sloot aangelegd die me de keuze liet: helemaal teruglopen of mee lopen de verkeerde kant op en later over een bruggetje en dan weer de goeie richting op proberen te raken, en dat allemaal in een mist waar zelfs postduiven mismoedig van zouden zijn neergestreken.

Uiteindelijk raakte ik aan de wijk Jol ontworsteld, onderweg naar de wijk Galjoen, kennelijk een bootjesregio. Ik was langs veel achtertuintjes gelopen, gekeken naar huiskamers waarin weinig mensen waren, wel bijna allemaal met de tv aan. Sommige huizen hadden rolluiken dicht, andere hadden zo'n bang lampje dat aanspringt zodra de inbreker komt, dus ik trok een spoor van aanfloepende lampjes.

Het geluid van auto's op de Zeevisarenddreef ofzo, een stukje verderop onzichtbaar in de mist, hield me enigszins op koers voor zover ik die auto's kon horen, en voor zover ik intussen geen dwarsweg ervan aan het volgen was. Een stukje voor me uit kwam me iemand tegemoet lopen, een beerachtige gestalte, maar die kwam nooit echt merkbaar dichterbij. Later besloot ik dat die dus ongeveer in dezelfde richting ijsbeerde.

Op een gegeven moment week die beer af, een paadje het niemandsland in, en ik bleef alleen een desolaat fietspad volgen, tot bij een wegwijzer waarop stond dat ik voor GALJOEN een pad met een scherpe hoek linksaf terug moest, terwijl voor mijn gevoel die wijk rechts voor me moest liggen... Toch maar braaf gevolgd, en het pad steeg en steeg en maakte een ruime bocht naar een brug in de richting die ik ook wilde. Voor me uit zag ik de beer weer lopen!

In de wijk Galjoen raakte ik die kwijt dus ik moest de manege vinden, maar ik was a) nog steeds erg vroeg en b) ik wilde wel ergens naar het centrum van de stad om een kop koffie ofzo te drinken. Ik keek eerst maar naar de manege, en die was aan het einde van een bochtige weg langs nieuwbouwblokhutwoningen, die leken op de nieuwbouwblokhutwoning van mijn zus zodat ik de neiging had om daar aan te bellen, eens zien of mijn zus open doet, of iemand die er op lijkt.

Bij de manege was een hek waarop stond dat je je eerst bij de staf moet melden voor je het terrein op kan, alleen er was geen staf, wel hier en daar licht in de stallen en wat paardenhoofden, en een kantine waarbij een papier zei dat het niet de bedoeling is om daar zelf meegenomen versnaperingen te versnaperen als de kantine open is, maar de kantine was dicht, het licht was uit en ik had geen versnaperingen meegenomen, jammer genoeg.

Er was nog meer dan een uur, en ik had geen zin om dat uur in de mistige wijk rond te lopen. Dat leek me deprimerend. Ik vroeg een man die van zijn werk thuiskwam (rubber laarzen uit de achterbak gehaald) de weg naar het lokale winkelcentrum en hij wees me die, alleen raakte ik die kwijt. Toen hij de weg uitlegde, leek het zo makkelijk, hier links, dan rechtuit, brugje over, T-splitsing links en dan weer rechts, maar na een meter of honderd had ik al meerdere compatibele brugjes gezien, en bij de T-splitsing was ik vergeten of het nu links en later rechts was of rechts en later links. Maar dat moet ook op hetzelfde neerkomen toch... Ik dacht er even over om aan te bellen bij mensen met een aquarium want die heb ik ook, en dat schept een band en die band moet ook af en toe worden aangehaald want uit het oog, uit het hart... maar ik bleef gewoon een beetje doorlopen, op een gegeven moment aangelokt door een paar gebouwen in de witte schemerverte die alles in zich hadden van een winkelcentrum, veel reclameverlichting enzo.

Dat bleek toch tegen te vallen: een peugeot garage, een grenenmeubelhandel, een gereedschapswinkel met mooie setjes boortjes of gutsen ofzo in fraaie houten juwelenkistjes en grotere machines en apparaten waarmee je ergens kunt meten of alles wel goed is ergens mee, en een soort autospuiterij, maar ten eerste geen echte *winkel* of cafe en ten tweede GEEN MENS te zien. Ik liep maar weer terug, alhoewel, ik was al zo verdwaald dat "terug" nu misschien wel "heen" was geworden, en daar liep een man die ik de weg kon vragen. De C1000 bleek toch verderop te zijn, ik was op de goeie weg geweest maar moest alleen langer links aanhouden.

Dat deed ik, als er iemand in die gereedschapswinkels was geweest hadden die zich kunnen verbazen over de man die nu al voor de derde maal voorbij kwam wandelen, alles bekijkend alsof er hier een museum in de mist zweefde.

Daar was het winkelcentrum. Een C1000 zag ik niet, wel een bezorgpizza, maar ik had geen bezorgadres, een spare rib restaurant dat er wel fris uitzag maar waar niemand wilde zitten en een chinees waar meer mensen te vinden waren. Ik zag in de afhaalcorner van de chinees een stuk of zes mensen zitten en in het restaurantgedeelte een stuk of tien. Een groot deel van de nog levende bevolking van deze wijk, waarschijnlijk.

Als eenling kreeg ik de tafel tegen de deur aan toegewezen, wat ik prima vond en met mijn rug naar de rest van de zaak begon ik gezellig te lezen in Lawrence Block's verhaal over twee broers die elke drie maanden een weekje vakantie houden om, met de reisgidsen in de hand, alle tourist traps van een andere Amerikaanse stad af te lopen, met tot besluit een lustmoord. Vakantie zoals het hoort: altijd weer anders en toch hetzelfde.

De tomatensoep was erg zoet en kleverig, maar niet vies. De rest, een chinese rijsttafel, duurde wel heel lang eer het kwam. Voor een rijsttafel hoefden ze alleen maar van de overvolle bakjes voor de afhaalklanten van alle bakjes een schepje voor mij op een bord te doen, maar op dat idee kwamen ze niet. Ik had ook Indisch kunnen kiezen, maar dat konden ze niet eens spellen: INDIHSH hadden ze voor alle zekerheid maar in hoofdletters op de kaart gezet, om geen "case sensitive" fouten te maken. Daar zaten "17 schoteltje" bij. Die had ik dan na moeten tellen.

In een minuut of tien peuzelde ik van de rijsttafel die dingen die me de moeite waard leken. De vette eiblubber liet ik maar zitten, evenals de groenten, die hebben we thuis immers ook. Ik rekende af terwijl ik at, niet superromantisch, maar het schiet wel op.

Daarna was het zaak om de manege terug te vinden en liefst niet langs de slaapwandelroute die ik naar de chinees had gevolgd.

Dat viel behoorlijk mee. Ik verwachtte Bertie, die toch ook zou komen, maar ik zag haar niet. Wel kwam er tijdens de les iemand naar de bak toe om naar me te zwaaien, en dat had Bertie kunnen zijn, maar dan niet de Bertie die ik ken, maar ja, als er geen andere is... dus ik zwaaide terug en vroeg haar om bij de bak te blijven, maar ze liep terug naar de kantine om te kletsen met mensen daar die ze kennelijk van jurering in den lande kende.

Na de les kwam ik de kantine nog binnen, "Bertie" keek op van haar gesprek maar maakte geen herkennende geluiden en gezichten. Ik vond haar al wel weer minder op de herinnerde Bertie lijken, maar ja, mijn geheugen is zo rot als een mispel dus zonder andere Berties in de zaal moest ik het hier mee doen.

Moest ik haar nu aanspreken? Of wilde ze voor anderen doen alsof ze mij niet kende? Jaren geleden zag ik mijn zwager in een zaal waar ik een toespraak moest houden. Ik liep naar hem toe en begroette hem. Hij keek op, zei "hoi" en keek me blanco aan, alsof hij me niet kende, en zich af zat te vragen wie ik nu weer was. Ik schrok, zag ineens dat het mijn zwager helemaal niet was en liep zonder iets te zeggen weer weg. Tijdens mijn toespraakje zag ik hem weer zitten en nu wist ik het zeker: het was mijn zwager. Die verkillende ervaring kwam nu terug en net als toen ontvluchtte ik de ruimte zo snel als ik kon.

Eindelijk weer op het station aangekomen, belde ik vanuit een cel naar Berties zaktelefoon. Gelukkig was ze niet naar de manege toegekomen vanwege mist en gladheid.

(Zie ook het artikel over de manege.)