Home

Hallo

Kamperen kan leuk zijn, maar centrale wasgelegenheden zijn afschuwelijk. Bij wasgelegenheden op kampeerterreinen (waar ik nu nooit meer kom) kwam ik vroeger veel mensen tegen die vies deden. Met name 's ochtends. Dus tot een uur of twaalf. Als de luie kampeerders dan wakker zijn en gegeten hebben, komen ze zich wassen en scheren en vooral ook tandenpoetsen. En ze komen rochelen. Dat is heel erg diep ophalen, en dan in de wasbak uitspugen. Het is bijna zo afschuwelijk als de combinatie van tandpasta-lucht met de stank van poep.

Veel mensen zijn vies van anderen, en zelf neem ik ook niet anders dan bij hoge uitzondering plaats op een gemeenschappelijk toilet. En zeker niet bij de wasgelegenheid van een kampeerterrein waar de broek die je tot de enkels hebt laten zakken na het ophijsen alsnog nat blijkt te zijn van de blubber en de urine die naast de pot ligt. Zijk-nat heet dat. Zijk-nat is het.

Maar behalve veel mensen die er vies van zijn, zijn er kennelijk ook heel veel mensen die er niet vies van zijn, en op hun gemak 's ochtends een potje gaat bouten. Die stank, in combinatie met de volkomen onnodige pepermuntlucht van tandpasta (waarvan de klodders ook her en der achterblijven in zulke gelegenheden) is voor mij ondraaglijk. Toen ik er nog kwam, vroeger, ademde ik krampachtig door mijn mond om het niet te ruiken. Nu ben ik gestopt met kamperen. Onder andere daardoor.

Mensen hebben geen gêne meer.

Ik maak dat ook mee bij ons op kantoor. Het is een proces van de laatste jaren. Vroeger sloop men gewoonlijk het toilet in, en kwam na een grote of kleine boodschap stiekum vandaan. Op een enkel kantoor hing op de toilet een guitig schildje met "perscentrum". Maar het ging er anoniem aan toe. Je keek gewoon de andere kant op. Tegenwoordig is het perscentrum een soort ontmoetingsplaats, waar je niet onopgemerkt heen of vandaan kunt. "Hallo", wordt mij al toegeschreeuwd door collega's die de zelfde deur voor een andere richting gebruiken. Ik zie die mensen de hele dag door achter hun buro, en zij zien mij achter het mijne. Waarom moeten ze nu opeens "hallo" gaan roepen als ik naar de WC ga ?

De mannen-WC is een langwerpige ruimte, met aan een zijde een stuk of zes vaste wasbakken, en aan de andere zijde 7 urinoirs geflankeerd door twee maal twee cabines met pot aan de uiteinden. De urinoirs - pelikaanbekken - noemde een ex-collega die dingen, zijn gescheiden door schaamschotten.

Wat me niet zint, is dat "hallo" als ik iemand passeer bij het binnenkomen of weggaan. Maar wat ik nog vervelender vind is dat men in plaats van zwijgend te sturen, over de schaamschotten heen praatjes probeert te maken. "En, hoe gaat het met het nieuwe projekt ?". Van die verkeerde vragen ook. Eigenlijk wil je antwoorden dat het waardeloos gaat, de planning niet gehaald wordt, het budget wordt overschreden, alle medewerkers ziek zijn, de specificaties onduidelijk, enzovoort enzovoort. Maar in plaats daarvan wil je van het praatje af zijn, en roept dan terug "Prima". En de blik snel weer naar beneden. Om goed te sturen, zal ik maar zeggen.

Nu is slecht sturen moeilijker dan goed sturen. Wat dat betreft zijn urinoirs een mooie uitvinding. Maar je kunt niettemin op meer dan een manier sturen. Bijvoorbeeld zo, dat het straaltje ergens tegen het keramiek komt en daardoor onhoorbaar is. Maar je kunt ook precies in het plasje onderin richten, waardoor goed te horen is hoever het proces van leegtanken is gevorderd en of- en hoeveel schokbewegingen voor het laatste beetje nodig zijn.

Wat ik al zei, de mensen hebben geen gene meer, dus tegenwoordig plast bijna iedereen hoorbaar in het reservoirtje. Als een zacht murmelend beekje, of met een Niagara-achtig macho dat - ontken het maar niet - een zekere uitstraling heeft van kracht en natuurlijk geweld. Met wat extra kracht kun je zelfs de praatjes over de schotten doen verstommen of overstemmen. Beide leiden tot trots, zo vermoed ik, en het eerste ook tot respect, zo weet ik.

De wasbakken zijn zo geplaatst, dat wassers en plassers met de rug naar elkaar toe staan. Meer keren heb ik meegemaakt dat een schaampraatje tussen een beekje en een niagara bij de urinoirs begon, en doorging nadat de niagara al bij de wasbak stond. Het beekje draait zich tijdens het gesprek half om (apparaat in de hand) om de niagara uit een ooghoek te zien terwijl het project of de vakantie wordt besproken. De schaamschotten zijn dan funktieloos. Ook heb ik meegemaakt dat een aantal van de 7 urinoirs bezet waren, en dat nummer 1 en nummer 5 een praatje maken (de tussenstaanders worden genegeerd) en daarbij af en toe een stap achteruit doen om elkaar te kunnen zien. Apparaat in de hand. Geen gene.

Ik kan me vaag uit mijn jeugd herinneren dat ik zo geboeid was door het spelen, dat ik onderweg naar toilet thuis, mijn riem al losmaakte of mijn broek al open ritste. Totdat mijn vader er een keer iets van zei. Of mijn moeder. Veel collega's hebben kennelijk geen ouders gehad.

Erger nog dan het plassen is het poepen.

Zelden neem ik plaats, zogezegd. En als iedereen heb ik ook weleens meer lucht voor de uitgang dan vast materiaal. Maar om vanuit een cabine een wind te laten, is iets dat ik uit alle macht onderdruk. Anderen hebben er geen moeite mee. Ze komen heel herkenbaar ("hallo") binnen, sluiten een deur achter zich, en die mannetjes met hun keurig gekamde haartjes en zijden stropdassen, van wie je niets anders dan de fijnste manieren zou verwachten, beginnen dan ongegeneerd te winden. Verbazend dat de deur niet bol naar buiten staat.

En dan het geluid van het plonzen! Er bestaan toiletten met een plateau, maar die lenen zich niet erg voor eenvoudig schoonhouden. Dus wij hebben toiletten van het afgrond type, waarin datgene wat men laat vallen plonst. Nu zijn er kleine plonsen en grote plonsen. En de laatste laten in combinatie met de ventielgeluiden weinig te raden over wat zich in de cabine afspeelt.

Mensen generen zich niet meer. Ze "Hallo"-en, sluiten zich op, plonzen, ventileren, en lopen doodleuk weer naar buiten. "Hallo". En had ik genoemd dat ze kreunen?

En dan is er het handenwassen na afloop. Vroeger waste men uitbundig met veel zeep en warm water. Een enkeling deed zijn ringen en horloge af. Het was nauwelijks handenwassen - het was zowat baden. Nu lijkt het een sport om te laten zien hoever je durft te gaan. Geen zeep, geen water, of zelfs geen handdoek.

Mensen generen zich niet meer.

"Hallo".

PS:
Af en toe kan ik er gewoon niet meer tegen. Die kantoortuin. We zitten hier met 200 man in een ruimte. Hier vormen zich groepjes rond een bureau, daar staat iemand te overleggen met zijn secretaresse. Tegenover mij is zojuist een nieuwe pc afgeleverd. Die wordt nu geënstalleerd. Mensen lopen met mappen, ceedees, fotokopieën in het rond. Er wordt getelefoneerd, gelachen (zuur en gemaakt), een rij bij de koffieautomaat. Wav-jes en telefoonriedeltjes overal. Een scorebord geeft in rode matrix cijfers aan hoeveel klanten achter de helpdesklijn wachten. Ik probeer te denken over functies van een nieuw programma. Een collega loopt voorbij heen en terug naar de printer. Mensen rennen in en uit de vergaderhokken. Er worden handen geschud. Tot ziens. De buitenkant van het gebouw wordt gezandstraald met een lawaai als een oordeel. Een andere collega ijsbeert terug naar zijn plaats. In mijn ooghoek verstelt iemand de hoogte van zijn stoel, en mijn buurman hoest.

We lijken wel een mierenkolonie.

En om 17:00 uur valt alles stil. Hoe kan dat toch? Die stilte ineens. Waren we niet erg druk of doen we allemaal maar alsof ?