Back to Home

Het gevallen ei

door Mies Prinsen

In Den Haag ben ik geboren, in de Malakka straat. Toen ik nog geen jaar oud was verhuisden mijn ouders, die toen drie kinderen hadden, naar Oegstgeest, de Weitenbachweg.

In mijn herinnering hadden wij daar een grote lange achtertuin en aan de voorkant geen overburen. Er liep een sloot aan de overkant van de weg daarachter weilanden zo ver als het oog reikte. Landelijk en stil.

Het zal in het jaar 1934 geweest zijn, ik was toen 4 jaar, dat ik voor de eerste keer een boodschap mocht doen. Dat moet een enorme indruk op mij hebben gemaakt, omdat ik het me nu nog heel goed kan herinneren.

Miesje mocht zomaar een ei voor moeder gaan kopen bij de Wit.

De Wit was een boerderijachtig huis waar melk en eieren verkocht werden. Ik denk dat De Wit zelf met de melkkar de wijk in ging. Het was niet ver --- enkele huizen verderop aan het einde van het rijtje. Je moest er een schuin lopend pad af om in de ruimte te komen waar het zo heerlijk naar zuivel rook.

Ook die lucht ruik je niet meer sinds deze nering is verdwenen, opgeslokt door de hedendaagse supermarkt. Een verarming vind ik dat wel.

Of mijn moeder nu zo verlegen zat om dat ei zal ik nooit weten, wel dat ik het heel spannend vond. Met dat ene ei, voorzichtig in mijn nog kleine handje, liep ik terug naar huis waar de deur open stond, ook dat kon toen nog. Ik liep voetje voor voetje de gang door die ik altijd zo prachtig vond omdat naast de loper de zijkanten zo mooi glanzend zwart waren. Of deze vloer van steen was of van marmer weet ik niet, maar dat hij hard aanvoelde weet ik wel en het ei kwam daar ook snel achter want juist toen ik opgelucht en trots het ei aan moeder liet zien gleed het uit mijn hand en kletterde precies naast de loper.

Dit was echt een ramp voor me, ik had nog zo voorzichtig gedaan en was trots op mijn prestatie. Moeder heeft dit niet begrepen, of het waren zware tijden --- het was tenslotte crisis. Ze zei alleen maar: "Miesje ga maar even naar je kamer."

Dit voorval is me altijd bij gebleven. Nog steeds achtervolgt me dat kapotte ei. Als ik de slagzin "een ei hoort erbij " hoor, dan denk ik nog steeds aan dat ei dat in 1934 kapot viel.

Mies Prinsen, 4 Mei 2001